Woord van de dag: kippig

kip

In de badkamer schiet het woord er ineens in: kippig. Zonder leesbril dreigen details van de persoonlijke verzorging wat te verslonzen. Maar ook stof afnemen en afwassen gaan steeds meer met de Franse slag, zie ik zodra ik de leesbril voor mijn ogen draag in plaats van op mijn hoofd. Ik ben bijziend.

Dat mag op mijn leeftijd, maar kippig? Wat een raar woord. Meer zo naarmate je het vaker herhaalt. Zijn kippen bijziend? Wie heeft dat vastgesteld? Waar, wanneer, waarom en hoe?

Het schijnt al langere tijd bekend te zijn. Het vroegste gebruik van ‘kippig’ als ‘bijziend’ dateert uit 1790, zegt het Woordenboek der Nederlandse Taal. In een etymologisch woordenboek uit 1925 heet het: ‘die kijkt als een kip’. En in een ander etymologisch woordenboek, 1936: ‘zoo kortzichtig als een kip’.

Kortzichtig is volgens mij iets anders dan bijziend, maar dat is ook maar een mening. Een interpretatie uit 1943, opgenomen in het Nederlands Etymologisch Woordenboek van 1971 is: ‘kipen’ – zich inspannen; ook ’turen’ en ‘op de loer liggen’; verwant met ‘kapen’ – staren naar, en dat is dan weer verbonden met ‘kapfen’ – turen, loeren; en met ‘kopa’ – aankijken, staren.

Het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands uit 2003-2009 verbindt de kip met het zestiende-eeuwse werkwoord ‘kippen’ – uitbroeden, of uit het ei komen. Dat kan verwant zijn met het Nederduitse ‘kippen’ – de punt afhakken, of insnijden; het laatste kennen we in het Nederlands als ‘kepen’. Je ziet het ei barsten. Maar ‘kippen’ als ‘uitbroeden’ kan ook zijn ontwikkeld uit ‘vangen’, ‘betrappen, ‘in de gaten houden’ en dan kom je bij het Engelse ‘keep’ en ‘keeper’.

Turen, staren, in de gaten houden, dan denk je aan een scherpe blik. Een broedende kip ziet er uit als de rust zelve, maar is ook heel alert. En rondscharrelende kippen kijken voortdurend goed uit hun ogen: er is gevaar of er is een voedselconcurrent en allebei tegelijk kan ook.

Hoe komen ze aan het stigma slechtziend? Een ‘blinde kip’ is iemand die niet goed kijkt of zoekt, ook wel een na├»ef iemand. ‘Kippig’ is ‘bijziend’. En in sommige Slavische talen worden ooggebreken aangeduid met een woord dat is afgeleid van ‘hoen’.

Wat wij nu kip noemen, heette in Nederland tot in de 18e eeuw hen of hoen. ‘Kieken’ zeiden we ook, en de roofvogel die kiekens rooft heet ‘kiekendief’. Maar ‘kieken’ is ook ‘kijken’. Noem het maar een kip-ei situatie.kippenei

Bron: etymologiebank.nl

Je verhaal van concept tot content